Als u het niet eens bent met de uitkomst van de bezwaarprocedure, kunt u in beroep gaan bij de rechtbank, sector bestuursrecht. In Nederland zijn negentien rechtbanken. U gaat in beroep bij de rechtbank die hoort bij uw woonplaats. Welke rechtbank dat is vindt u onderaan de beslissing op het bezwaar (ook wel beschikking genoemd). De rechtbank toetst het besluit van de uitkeringsinstantie aan een serie criteria, ook wel toetsingsgronden genoemd. Krijgt u ook van de rechtbank geen gelijk, dan kunt u nog in hoger beroep gaan bij de Centrale Raad van Beroep (CRvB).
Voor het voeren van een beroepsprocedure is het niet nodig dat een advocaat u bijstaat. U kunt uw eigen verweer voeren. Toch zal het in veel gevallen verstandig zijn een advocaat of een juridisch adviseur te raadplegen. Dat heeft te maken met de verschillende regels, de complexiteit van sommige zaken en de grote financiële belangen die op het spel staan (zie ook: juridische steun).
Beroep aantekenen moet binnen zes weken nadat u antwoord hebt gekregen van de bezwaarcommissie. Bereidt u er wel op voor dat een beroepsprocedure vaak lang duurt, soms wel een jaar.
De beslissing waartegen u beroep hebt aangetekend, moet gewoon uitgevoerd worden terwijl de beroepsprocedure loopt. In spoedeisende gevallen kunt u wel aandringen op een snellere behandeling van de zaak. U kunt dan een kortgedingprocedure starten bij de president van de rechtbank. De president van de rechtbank gaat kijken of er zwaarwegende belangen zijn die zich tegen een tenuitvoerlegging van een besluit verzetten. Een geval is spoedeisend als bijvoorbeeld vanwege een terugvordering beslag is gelegd op uw huis en de uitkeringsinstantie van plan is dit huis te verkopen.